Loonbeslag in de praktijk voor werkgevers |
|
|
|
|
Het loonbeslag (ook wel beslag onder derden) is een beslag dat door een gerechtsdeurwaarder, in opdracht van de schuldeiser, wordt gelegd op het salaris van de schuldenaar of diens uitkering. De gerechtsdeurwaarder die met de uitvoering van het loonbeslag is belast komt bij de werkgever of uitkerende instantie langs om een executoriaal (nadat er door de rechter een vonnis gewezen) of een conservatoir (bewarende maatregel) beslag te leggen. In de praktijk wordt een opdracht tot het leggen van loonbeslag veelal verstrekt als een schuldenaar niet langer zijn financiële verplichtingen kan of weigert te na te komen. Het loonbeslag is een effectief inningsmiddel nu de schuldenaar, na het gelegde loonbeslag, niet langer zelf de beschikking heeft over een gedeelte van zijn inkomen of uitkering. Welke bedragen vallen onder het loonbeslag? Voor schuldenaren die niet in Nederland wonen geldt geen beslagvrije voet. De achterliggende gedachte is dat iemand in het buitenland ook inkomen kan hebben en dat wij onze behoeftigheidsnormen niet zomaar naar een ander rechtstelsel kunnen overzetten. Indien de schuldenaar kan aantonen dat hij, buiten de bestaande vorderingen, onvoldoende middelen van bestaan heeft kan de kantonrechter op zijn verzoek een beslagvrije voet bepalen. Een werkgever of uitkerende instantie is verplicht uitvoering aan het loonbeslag te geven. De werkgever ontvangt van de gerechtsdeurwaarder het beslagexploot alsmede een uitgebreide vragenlijst betreffende het inkomen van de schuldenaar. De werkgever of uitkerende instantie is verplicht deze vragenlijst binnen vier weken ingevuld en ondertekend te retourneren aan de gerechtsdeurwaarder. Wordt de gestelde termijn overschreden dan wel de werkgever of uitkerende instantie blijft weigerachtig de stukken te retourneren dan loopt deze het risico zelf te worden gedagvaard en aansprakelijk te worden gesteld voor de gehele vordering. |